Uitspraak Hof EU mitigerende en compenserende maatregelen

2014-05-16 |

Uitspraak Hof van Justitie van de Europese Unie over mitigerende en compenserende maatregelen

Op 15 mei 2014 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak gedaan met betrekking tot twee prejudiciële vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over mitigerende en compenserende maatregelen. De prejudiciële vragen kwamen voort uit een procedure over de verbreding van de A2 Den Bosch-Eindhoven.

Prejudiciële vragen 

De zaak heeft betrekking op een besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu betreffende het tracéproject Rijksweg A2 dat met name tot de verbreding van deze snelweg strekt. Ten gevolge van dit project konden mogelijk negatieve gevolgen optreden voor het nabijgelegen Natura 2000-gebied 'Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek'. Uit een uitgevoerde natuurtoets blijkt dat voor de instandhouding en duurzame ontwikkeling maatregelen moesten worden getroffen. Daarom voorzag het project tevens in het treffen van maatregelen in Vlijmens Ven.

In de procedure over de verbreding van de A2 Den Bosch-Eindhoven was onder andere aangevoerd dat het tracéproject niet had mogen worden vastgesteld gelet op de negatieve gevolgen van de verbreding voor het betrokken Natura 2000-gebieden. De maatregelen zouden daarom niet als een mitigerende maatregel mogen worden aangemerkt.

De Raad van State heeft hierover hangende de beroepsprocedure prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ EU. De Raad van State wilde weten of de wegverbreding de 'natuurlijke kenmerken' aantast van het nabijgelegen Natura 2000-gebied 'Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek'. Vaststaat dat de verbreding van de A2 als gevolg van de stikstofuitstoot negatieve gevolgen heeft voor de beschermde blauwgraslanden in het Natura 2000-gebied. Omdat het tracébesluit eveneens voorziet in de aanleg van nieuwe blauwgraslanden in datzelfde gebied, wilde de Raad van State van het Hof in Luxemburg weten of in dat geval ook sprake is van een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Met deze vragen wenste de Raad van State te vernemen of artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn (hierna: Hrl) aldus moet worden uitgelegd dat een project (of plan) dat negatieve gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied en dat voorziet in maatregelen, de natuurlijke kenmerken van dat gebied aantast, en of dergelijke maatregelen mitigerende of compenserende maatregelen zijn.

Uitspraak HvJ EU

Het HvJ EU oordeelt dat uit de stukken blijkt dat het tracéproject significante negatieve gevolgen voor het betrokken Natura 2000-gebied zal hebben. Zo’n project dreigt het duurzame behoud van de wezenlijke kenmerken van dat gebied in gevaar te brengen en kan daardoor de natuurlijke kenmerken van het gebied aantasten in de zin van artikel 6, derde lid, Hrl.
Op grond van artikel 6, derde lid, Hrl moet voor elk project (of plan) dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied een passende beoordeling worden gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Daarbij moet rekening worden gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied. Vervolgens mag aan het project alleen goedkeuring worden verleend als uit de passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied niet zal aantasten.

In het goedkeuringsvereiste in artikel 6, derde lid, Hrl ligt een voorzorgsbeginsel besloten. Een project moet geweigerd worden als niet de zekerheid is verkregen dat het project (of plan) geen effecten heeft die de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied kunnen aantasten.

Bij de beoordeling van een project conform artikel 6, derde lid, Hrl moet het bevoegd gezag rekening houden met de in het project beschreven maatregelen waarmee wordt beoogd om de eventueel schadelijke gevolgen die rechtstreeks uit het project voortvloeien, te voorkomen of te verminderen, om ervoor te zorgen dat het project de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet aantast. Maatregelen die in een project worden opgenomen om de schadelijke gevolgen van dat project voor een Natura 2000-gebied te compenseren, mogen conform artikel 6, derde lid, Hrl niet bij de beoordeling van de gevolgen van het project in aanmerking worden genomen.

Het HvJ EU concludeert dat de maatregelen die in het project voor de A2 zijn opgenomen er niet toe strekken om de significante negatieve gevolgen die voor het Natura 2000-gebied uit het project voor de A2 voortvloeien, te voorkomen of te verminderen, maar nadien te compenseren. Daarom kunnen de maatregelen niet garanderen dat het project de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten in de zin van artikel 6, derde lid, Hrl.

Daarnaast oordeelt het HvJ EU dat de eventuele positieve gevolgen van het achteraf treffen van de compenserende maatregelen zoals deze in onderhavige zaak aan de orde zijn, over het algemeen onzeker zijn, en dat deze gevolgen hoe dan ook pas na enkele jaren zichtbaar zullen worden. Gelet daarop kan daarmee in het kader van artikel 6, derde lid, Hrl geen rekening worden gehouden.

Gevolgen voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS)

Deze uitspraak van het HvJ EU heeft mogelijk ook gevolgen voor de Programmatische Aanpak Stikstof.
In de PAS wordt een groot aantal maatregelen getroffen – dat is althans de bedoeling – waardoor ontwikkelingsruimte zou moeten ontstaan voor nieuwe projecten, zoals de uitbreiding of nieuw vestiging van een veehouderij. Als een nieuw project leidt tot een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied, moet hiervoor op grond van de PAS ontwikkelingsruimte worden verkregen. Het toedelen van ontwikkelingsruimte aan een specifiek project is niet gekoppeld aan het treffen van maatregelen.
Met de maatregelen die worden getroffen, zijn de eventuele positieve gevolgen hiervan nog onzeker. Deze gevolgen zullen hoe dan ook pas na enkele jaren zichtbaar worden. In de tussentijd kan echter wel al ontwikkelingsruimte worden toegekend. Daarnaast rijst de vraag of met de te treffen maatregelen significante negatieve effecten voor Natura 2000-gebieden worden voorkomen of verminderd, of dat deze maatregelen enkel leiden tot een compensatie. Gelet op deze uitspraak valt te verwachten dat in het kader van de PAS niet kan worden gesproken van mitigerende maatregelen.

Terug

Bel direct op: 020 - 612 18 06

Of stuur een email

captcha