De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen: hoe je geschillen snel oplost en de verhoudingen goed houdt

2016-02-05 |

Drie jaar geleden hadden we voor het laatst contact. Opeens belde K. weer. Hij stak meteen van wal en klonk geïrriteerd.

‘Hij begrijpt het nog stééds niet! Zo kan ik geen zaken doen. We hebben toch afspraken gemaakt?’

Ik begreep meteen wat hij bedoelde. Die zaak speelde de laatste keer dat we elkaar spraken ook.

 ‘Jullie hadden het toch opgelost? vroeg ik.’ Ja, ik wel natuurlijk. Ik ben duidelijk, maar hij niet. Ik heb er nou genoeg van, wat kan ik hieraan doen?’ 

Geschillen: hoe los je ze op?

Als je geschillen niet meer zelf kunt of wilt oplossen, kun je de rechter vragen om het geschil op te lossen.

De Grondwet definieert het begrip rechter niet en verwijst met het begrip leden van de rechterlijke macht met rechtspraak belast slechts naar personen die zijn benoemd bij een gerecht dat behoort tot de rechterlijke macht. Het is aannemelijk dat een rechter in ieder geval een van het openbaar bestuur onafhankelijk instantie is. De wetgever stelt gerechten in.

Hoe lost de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen geschillen op?

Het wetsvoorstel Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) introduceert een nieuw bouwstelsel om de kwaliteit van de bouw te controleren. Volgens de planning gaat het wetsvoorstel begin 2016 naar de Tweede Kamer.

Het is de bedoeling dat de marktpartijen in het nieuwe bouwstelsel bij gereedmelding zelf aantonen dat het gebouw dat ze (ver)bouwen voldoet aan de vereisten van het Bouwbesluit. In ruil daarvoor vervalt de bouwplantoets bij het aanvragen van de omgevingsvergunning. Om dat doel te bereiken introduceert de Wkb nieuwe regels en nieuwe partijen in de bouwketen. De nieuwe partijen zijn de toelatingsorganisatie, de instrumentbeheerder en de kwaliteitsborger.

Hoewel in de Wkb zelf  niets staat over het oplossen van geschillen, onderscheidt de wetgever in de toelichting op deze wet vier soorten geschillen:

1  tussen de toelatingsorganisatie en de instrumentbeheerder

2 tussen de instrumentbeheerder en de kwaliteitsborger

3 tussen de vergunninghouder en de kwaliteitsborger

4 tussen de vergunningaanvrager-/houder en het bevoegd gezag

Vervolgens onderscheidt de toelichting drie wijzen van geschillenbeslechting tussen deze partijen:

1  via het bestuursrecht

2 via een aangewezen geschillencommissie als het instrument voor kwaliteitsborging daarin voorziet

3 of anders via de burgerlijke rechter.

Maar zijn dat alle mogelijke geschillen?

Nee, er zijn meer geschillen en meer wijzen van geschillenbeslechting mogelijk tussen de partijen in de bouwketen.

De Wkb houdt onvoldoende rekening met het feit dat een bouwproces een keten is waarin het gedrag van de ene partij gevolgen kan hebben voor de andere partij, ongeacht of partijen wel of  geen contractuele relatie met elkaar hebben. Dat geldt niet alleen voor de partijen die de toelichting noemt, maar voor alle partijen in de bouwketen.

Zonder prestatieverklaring van de kwaliteitsborger, staat niet vast dat het gebouw voldoet aan de vereisten van het Bouwbesluit en mag je het gebouw niet in gebruik nemen.

Als de aannemer klaar is en het werk op tijd gereed wil melden, maar de kwaliteitsborger het werk niet wil of kan toetsen voor de prestatieverklaring vanwege een geschil met de vergunninghouder / opdrachtgever, kunnen naast de aannemer andere partijen die (indirect) ook afhankelijk zijn van de input van kwaliteitsborger de dupe zijn. Zoals in de eerste plaats de opdrachtgever / vergunninghouder. Daarnaast bijvoorbeeld ook de onderaannemer(s), de architect, de constructeur en de leverancier(s). Hoe complexer het bouwproject, hoe meer schakels in de bouwketen (in)direct van elkaar afhankelijk zijn.

Als je in zo’n situatie een procedure bij de burgerlijke rechter begint, duurt het al gauw 1,5 jaar totdat je een uitspraak hebt. Ga je daarna in hoger beroep en eventueel in cassatie, dan praat je al gauw over een periode van 1,5 tot 3 à 6 jaar voordat je een definitieve uitspraak van de rechter hebt.

Ondertussen is je bouwproject niet opgeleverd en loop je het risico dat je als vergunninghouder / opdrachtgever aansprakelijk bent voor (stagnatie)schade van andere partijen die bij het bouwproject zijn betrokken.

Moet ik de in het instrument voorgeschreven methode van geschillenbeslechting volgen?

Nee, volgens de Grondwet kan niemand je tegen je wil afhouden van de rechter die de wet je toekent, zoals bijvoorbeeld rechtspraak via arbitrage.

Dit betekent dat partijen in de bouwketen kunnen afspreken dat ze liever naar de Raad van Arbitrage voor de Bouw of een andere bevoegde rechter gaan, dan naar de burgerlijke rechter. Óók als een instrument voor kwaliteitsberging bijvoorbeeld voorziet in de burgerlijke rechter als wijze van geschillenbeslechting.

Hoe verder de bouw is gevorderd en hoe dichter bij gereedmelding, hoe belangrijker het is om geschillen snel en praktisch op te lossen. Al is het maar vanwege overeengekomen opleverdata, mijlpalen, boetes en kortingen.

Kortom

Bedenk vooraf of de wijze van geschillenbeslechting die de Wkb in een instrument geeft, voor jouw situatie het meest geschikt is.

Probeer geschillen eerst zoveel mogelijk onderling op te lossen zonder tussenkomst van een rechter. Dat is het snelst en het meest praktisch. En het beste voor de onderlinge verhoudingen. 

Lukt dat niet (meer), kies dan – afhankelijk van de fase van de bouw – voor de meest praktische en snelle wijze van geschillenbeslechting. Desnoods in afwijking van het instrument voor kwaliteitsborging. Dat komt de onderlinge verhoudingen zelfs bij een geschil ten goede.

Vanaf januari 2015 publiceert Ottilie Laan een serie blogberichten over het wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het bouwen. Hierbij zullen verschillende onderdelen van de wet kort worden beschreven. De blogs zijn  te lezen op http://www.blumstone.nl/nl/nieuws

Terug

Bel direct op: 020 - 612 18 06

Of stuur een email

captcha