Aanneming van werk of bouwteamovereenkomst en kansschade

2014-10-15 |

Uit een recent arrest van het Hof Den Bosch volgt dat niet snel sprake is van een aannemingsovereenkomst, ook al had de (curator van de) aannemer in dit geval wel recht op schadevergoeding wegens kansschade.

Volgens de aannemer was sprake van een aannemingsovereenkomst in de zin van artikel 7:750 BW. Aannemer vorderde schadevergoeding van opdrachtgever wegens de onmiddellijke opzegging van de aannemingsovereenkomst, bestaande uit betaling van de voor het gehele werk geldende aanneemsom (7:764 lid 2 BW).

Opdrachtgever kwalificeerde de overeenkomst echter als een bouwteamovereenkomst.

De overeenkomst wordt door het Hof gekwalificeerd als een bouwteamovereenkomst in de zin van een voorbereidende hulpovereenkomst.

Hierbij houdt de uitnodiging tot deelneming aan het bouwteam niet automatisch in dat de uitvoering van het werk ook aan de aannemer wordt opgedragen (r.o. 6.8.3 en 6.8.4).

Van een ander soort bouwteamovereenkomst die wel kwalificeert als aannemingsovereenkomst was geen sprake. In dat geval had de overeenkomst moeten worden gekwalificeerd als een raamovereenkomst, waarbij de aannemer opdracht wordt gegeven voor de bouw van een voorlopig nog globaal aangeduid werk tegen een later te bepalen prijs.

Op basis van de precontractuele afspraken stond het opdrachtgever niet vrij om met een andere aannemer te onderhandelen. De schade van de aannemer die opdrachtgever moet vergoeden is het verlies van de kans op het sluiten van een overeenkomst van aanneming van werk (kansschade) ingeschat aan de hand van goede en kwade kansen die de aannemer zou hebben gehad in de hypothetische situatie dat de tekortkomingen van opdrachtgever achterwege waren gebleven (vgl. HR 12 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX7491).

Meer weten? Neem contact op met Ottilie Laan

Terug

Bel direct op: 020 - 612 18 06

Of stuur een email

captcha