Ontbinding huurovereenkomst wegens onmogelijkheid vergunningverlening

2013-02-25 |

Het Gerechtshof van Arnhem oordeelt op 4 september 2012:

Indien voor het overeengekomen gebruik van een gehuurde zaak een vergunning is vereist terwijl die vergunning gelet op de geldende wettelijke voorschriften voor het gehuurde niet kan worden verleend, kan die onmogelijkheid een gebrek opleveren in de zin van art. 7:204 lid 2 BW.

Het Gerechtshof van Arnhem bekrachtigde op 4 september 2012 (LJN: BX6413) het vonnis van de kantonrechter waarin deze bepaalde dat een verhuurster tekort was geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst jegens huurster en dat deze de overeenkomst mitsdien gerechtvaardigd kon ontbinden.

Het ging in deze zaak om een geschil tussen een verhuurster en huurster met betrekking tot de verhuur van een bedrijfsruimte. Deze ruimte werd verhuurd met het oog op de exploitatie van een horecabedrijf, een bestemming die uitdrukkelijk in het huurcontract werd vermeld. Huurster blijkt echter niet in aanmerking te komen voor de benodigde exploitatievergunning, omdat de beoogde exploitatie op de gehuurde locatie in strijd is met het bestemmingsplan.

Het hof bepaalde in dit arrest dat verhuurster daarmee een ruimte heeft verhuurd die niet geschikt was voor het beoogde, overeengekomen gebruik en dat zij aan huurster dus niet het huurgenot kon verschaffen dat deze op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Omdat de tekortkoming rechtstreeks de beoogde bedrijfsactiviteiten raakte en huurster belemmerde om een deel van de beoogde bedrijfsactiviteiten en de daarmee samenhangende omzet te realiseren, was deze volgens het Hof van voldoende gewichtige aard en ernst om de ontbinding van de overeenkomst te rechtvaardigen.

Door Jorrit Felperlaan, advocaat bij Blumstone.

Meer weten?

Terug

Bel direct op: 020 - 612 18 06

Of stuur een email

captcha