Wet normering topinkomens van kracht: maximering inkomens publieke sector

2013-11-06 |

Vanaf 1 januari 2013 is de “Wet houdende regels inzake de normering van bezoldigingen van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector” van kracht. In de volksmond heet deze wet: “wet normering topinkomens” (WNT). Deze wet is het (voorlopige) sluitstuk op de discussie over beloningen in de (semi)publieke sector. Bekend onder de naam ‘Balkenende norm’ kwam er in 2006 een informele richtlijn die bepaalde dat de bezoldiging van topfunctionarissen niet hoger zou mogen zijn dan 130% van het ministersalaris. Daarmee was ook het begrip ‘topinkomen’ geboren en werd gebruikt voor de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens (Wopt). Om openbaarmaking en de normering in één wet te regelen is de Wopt ingetrokken ten gunste van WNT.

Kort de hoofdzaken uit de Wet normering topinkomens (WNT)
Er zijn nogal wat topfunctionarissen die direct in de wet genoemd worden; zoals: de secretarissen-generaal, de directeuren-generaal, de inspecteurs-generaal en de overige leden van de topmanagementgroep bij het Rijk, maar ook hoge officieren bij de krijgsmacht, alsmede de secretarissen bij de provincies, de gemeenten en de waterschappen en de griffiers bij de provincies en de gemeenten.

Via een viertal bijlages vallen veel van de topfunctionarissen bij een groot aantal organisaties in de semipublieke sector onder de wet. Meest in het oog springende daarbij zijn: woningcorporaties en stichtingen op het gebied van volkshuisvesting, drinkwaterbedrijven, scholen en studiecentra, de landelijke publieke media-instellingen zoals NPO en de Ster en allerlei soorten zorginstellingen.

De bezoldiging van een topfunctionaris bedraagt per kalenderjaar ten hoogste € 187.340 aan beloning, vermeerderd met de sociale verzekeringspremies, belastbare vaste en variabele onkostenvergoedingen en voorzieningen ten behoeve van beloningen betaalbaar op termijn (in totaal €228.599).

De bedragen, bedoeld in de wet, worden jaarlijks bij ministeriële regeling gewijzigd. Er kan in specifieke gevallen besloten worden dat partijen een bij dat besluit vast te stellen hogere bezoldiging mogen overeenkomen dan de maximale bezoldiging.

Met betrekking tot de leden, onderscheidenlijk voorzitters, van de hoogste toezichthoudende organen (veelal Raden van Toezicht of Raden van Commissarissen) van een organisatie kan geen bezoldiging overeen gekomen worden die per kalenderjaar meer bedraagt dan vijf, onderscheidenlijk 7,5 procent van de voor de organisatie geldende maximale bezoldiging.

Voor zover partijen (werkgever en topfunctionaris) een winstdeling, bonus of andere vorm van variabele beloning overeenkomen, is deze overeenkomst nietig, tenzij die overeenkomst betrekking heeft op een specifiek gemaakte uitzondering.

Partijen komen geen winstdelingen, bonusbetalingen of andere vormen van variabele beloning overeen, tenzij die overeenkomst betrekking heeft op bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde uitzonderingen.

Ook ziet de wet op vergoedingen verbonden aan de beëindiging van het dienstverband. Partijen komen geen uitkeringen overeen die gezamenlijk meer bedragen dan de som van de beloning en de voorzieningen ten behoeve van beloningen tot ten hoogste € 75.000. Voor zover partijen een hogere bezoldiging of hogere uitkering wegens beëindiging van het dienstverband overeenkomen dan volgens de wet is toegestaan, bedraagt de bezoldiging van rechtswege het bedrag dat ten hoogste is toegestaan. Betalingen die dat bedrag overschrijden, zijn onverschuldigd betaald.

In het financieel verslaggevingsdocument van de organisaties wordt van iedere topfunctionaris en iedere gewezen topfunctionaris melding gemaakt omtrent de beloning, de sociale verzekeringspremies, de belastbare vaste en variabele onkostenvergoedingen, de functie of functies, de duur en omvang van het dienstverband in het boekjaar.

Ter handhaving van het boven gaande zijn de verantwoordelijke ministers die het aangaat bevoegd om partijen een last onder dwangsom op te leggen.

Er is een adviescollege normeringbeleid bezoldigingen topfunctionarissen. Het college heeft tot taak de regering te adviseren over: het beleid betreffende de bezoldiging van topfunctionarissen in de zin van deze wet en de toepassing van deze wet door partijen.

Er is een overgangsperiode voorzien waarin een voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet tussen partijen overeengekomen bezoldiging die meer bedraagt dan de maximale bezoldiging is toegestaan, maar voor ten hoogste vier jaar na inwerkingtreding van deze wet. Indien deze periode van vier jaar is verstreken, wordt de overeengekomen bezoldiging in een periode van drie jaar teruggebracht tot het voor de rechtspersoon of instelling geldende maximum.

Waar kunnen wij u bij helpen?
Wij adviseren u graag over de toepasselijkheid van deze wet voor de diverse functionarissen binnen uw organisatie. Daarbij is bijzondere aandacht voor de financiële rapportering (compliance) die door deze wet wordt voorgeschreven.

Door Joost Kramer. 

Terug

Bel direct op: 020 - 612 18 06

Of stuur een email

captcha