Particuliere koop/verkoop woonhuis moet schriftelijk

2013-01-18 |

Volgens de wet dient de koop of de verkoop van een woonhuis aan een particuliere koper schriftelijk te worden vastgelegd. Een mondelinge overeenkomst is niet voldoende voor het totstandkomen van de koop.

Zowel de particuliere koper als de particuliere verkoper kunnen zich er rechtsgeldig op beroepen dat een mondelinge koopovereenkomst niet voldoende is voor het tot standkomen van de koop. De Hoge Raad bepaalde op 9 december 2011 (LJN: BU7412) dat een particuliere verkoper dus niet door de rechter kan worden gedwongen om mee te werken aan de schriftelijke vastlegging van de koopovereenkomst.

Een particuliere verkoper en een particuliere koper hadden samen een mondelinge overeenkomst met betrekking tot de verkoop van het woonhuis van de verkoper. De verkoper had de koopakte echter niet willen ondertekenen. De koper eiste vervolgens dat de verkoper zou meewerken aan ondertekening van het koopcontract. De verkoper weigerde dat, er was volgens hem geen bindende koopovereenkomst aangezien hij de koopakte niet had ondertekend.

Artikel 7:2 Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt namelijk dat als een koper een particulier is, de koop van een woonhuis schriftelijk moet worden aangegaan. Een mondelinge overeenkomst is dus geval niet voldoende.

Volgens de Hoge Raad beschermt het schriftelijkheidsvereiste van art. 7:2 BW zowel de particuliere koper als de particuliere verkoper. De particuliere verkoper kan niet door een rechterlijk vonnis gedwongen worden mee te werken aan de schriftelijke vastlegging van de koopovereenkomst. Tags: koop, verkoop, particulier, woonhuis, schriftelijkheidsvereiste

Terug

Bel direct op: 020 - 612 18 06

Of stuur een email

captcha